
Je kent de situatie vast wel, het gebeurt iedereen namelijk wel eens: je verslaapt je, en je hebt eigenlijk geen tijd meer om te ontbijten. "Geen probleem," denk je dan, "dan ontbijt ik toch een keertje niet. Die ene keer meer of minder eten maakt ook niets uit." TNO denkt hier anders over: "Uit onderzoek van TNO is gebleken dat 10 tot 15 procent van de energie en alle voedingstoffen die we dagelijks nodig hebben wordt geleverd door het ontbijt." En "Het ontbijt bevordert de leerprestaties van de kinderen.
"
Er zijn mensen zeggen: 'Eet 's morgens als een koning, 's middags als een edelman en 's avonds als een bedelaar'. Als je naar deze uitspraak kijkt, lijkt het erop dat het ontbijt een heel belangrijke maaltijd is, zoals je het hier leest, is het zelfs de belangrijkste maaltijd van de dag. Als je dat vergelijkt met het ontbijt dat de leerlingen voorgeschoteld kregen, wordt deze uitspraak wel enigszins bevestigd.
Het ontbijt lijkt dan ook een heel belangrijke maaltijd te zijn, en dat terwijl uit onderzoek is gebleken, dat één op de zes jongeren in de leeftijd van 13 tot en met 18 jaar in Nederland geen ontbijt neemt, en één op de vier jongeren in deze categorie een onvolwaardig ontbijt nuttigt...
Welke voedingsstoffen uit het ontbijt hebben de meeste positieve invloed op de concentratie van jongeren in de leeftijdscategorie van 16 t/m 19 jaar, ongeveer 3.5 uur na het nuttigen van het ontbijt?
Wij verwachten dat een ontbijt met koolhydraten de meest positieve invloed heeft op de concentratie van de jongeren in de leeftijdscategorie van 16 t/m 19 jaar.
Wij verwachten dit, omdat sporters vaak voor een wedstrijd een koolhydraatrijke maaltijd nemen. Deze sporters moeten tijdens de wedstrijd zeer goed geconcentreerd zijn, voor een optimale prestatie.
Verder verwachten we dat fruit de minst positieve invloed zal hebben op de concentratie van jongeren in de leeftijdscategorie van 16 t/m 19 jaar, omdat er in fruit weinig essentiële voedingsstoffen zitten, met uitzondering van vitaminen.
Uit het interview met een diëtiste bleek: Een goed ontbijt is een volwaardige en evenwichtige samengestelde maaltijd die 20 tot 25% van de dagelijkse energiebehoefte levert. Als een persoon op een dag 2000 kcal nodig heeft, moet het ontbijt 400 à 500 kcal leveren. Een gezond ontbijt zorgt voor essentiële voedingsstoffen die meestal in onvoldoende mate door de andere maaltijden worden aangereikt. Na je nachtrust, heeft je lichaam wel behoefte aan verschillende voedingstoffen die onder andere energie leveren.
Uit het interview met een psychologe bleek: Of iemand geconcentreerd is, is onder andere afhankelijk van een aantal fysieke en psychologische factoren (bijv. respectievelijk vermoeidheid en zorgen). De mate waarin je je kunt concentreren is echter ook afhankelijk hoe je hersenen functioneren. De hersenen functioneren op glucose als energiebron. Om de hersenen goed te laten functioneren is het dus nodig dat er voldoende glucose aanwezig is.
Onderzoek heeft uitgewezen dat zowel kwantitatief (door te weinig voedsel) als kwalitatief (door niet goed uitgebalanceerd voedsel) ondervoede kinderen beter presteren, wanneer zij vlak voor de afname van de test een ontbijt hebben gekregen. Wanneer de kinderen niet zijn ondervoed zijn de verschillen minder duidelijk waar te nemen.
We laten 12 proefpersonen (6 jongens en 6 meisjes, allemaal uit 6 vwo), ontbijten met of veel koolhydraten, of veel eiwitten, of veel vitamines en of veel vetten. De controlegroep krijgt een goed uitgebalanceerd ontbijt. Computers voor de reactietesten, concentratietesten op papier.
Iedere proefpersoon eet ongeveer 3,5 uur voor de test een geselecteerd ontbijt. Tijdens het testen doen ze een reactietest op de computer en een concentratietest (op papier).


Aan de deelnemers werden de volgende eisen gesteld:
Iedere week laten we onze proefpersonen kiezen uit drie verschillende ontbijten die door ons zijn samengesteld. We hebben er voor gekozen om de proefpersonen iedere week uit drie verschillende ontbijten te laten kiezen, omdat smaken nu eenmaal verschillen en we mensen onmogelijk kunnen dwingen iets te eten waar ze helemaal niet van houden.
In totaal testen we gedurende vijf weken. In de vijf weken waarin we getest hebben, hebben we gekeken welke invloed bepaalde voedingsstoffen, uit dat ontbijt, hebben op de concentratie van de proefpersonen.
Bij het samenstellen van de ontbijten, hebben we er voor gezorgd dat de hoeveelheid kcal telkens ongeveer gelijk was. Verder hebben we geprobeerd om de groep die in die week aan de beurt was om te worden getest, in het ontbijt duidelijk naar voren kwam. Ondanks dat hebben we er wel voor gekozen om de verschillende ontbijten er zo uit te laten zien, dat ze ook daadwerkelijk door iemand als ontbijt gegeten zouden kunnen worden.


Een ontbijt dat rijk is aan vet veroorzaakt de meest positieve invloed op het concentratievermogen van de door ons onderzochte proefpersonen. Dit is duidelijk te zien, wanneer we kijken naar figuur 2. Het concentratievermogen van de proefpersonen is na een vetrijk ontbijt duidelijk hoger dan na het nuttigen van één van de andere ontbijten.
Als we kijken naar de resultaten van de verschillende reactietesten van één persoon, dan zien we dat die persoon iedere keer weer ongeveer dezelfde reactietijd heeft. We kunnen hier uit concluderen dat het reactievermogen van de geteste personen los staat van het ontbijt dat deze personen hebben gegeten. Het reactievermogen is dus niet ontbijtafhankelijk.
Onze hypothese moeten we verwerpen. We denken dat dit komt omdat de periode tussen ontbijten en testen achteraf te lang is geweest, waardoor de koolhydraten al verbruikt waren (koolhydraten zorgen voor een energie explosie) en alle vetten nog niet (vetten leveren over langere duur energie).
Mogelijke verbeteringen:
De eerste keer testen niet mee laten tellen, maar gewoon als test doen. De eerste keer dat we, tijdens het vooronderzoek, gingen testen, waren de testjes voor iedereen nieuw. Niemand wist goed wat de bedoeling was. De volgende keer kunnen we beter voor we beginnen met testen, de proefpersonen beide testjes 1 keer laten doen. Wanneer je namelijk weet hoe een testje werkt, dan is het resultaat vaak ook beter. Uit eindelijk hebben we dit opgelost door een controleproef uit te voeren.
Bij het testen zonder ontbijt pas na langere tijd testen. De testpersonen moeten een langere tijd niks gegeten hebben. Bij ons was deze tijd in feite te kort. De mensen die wij hebben getest, zijn namelijk allemaal goed gevoed, en wanneer je dan een ochtend niet ontbijt, en dan drie uur later al gaat testen, dan merk je daar nog niet erg veel van. Je lichaam heeft nog voldoende reserves om de energie vandaan te halen.
Alle muizen bij de verschillende computers verschillen qua reactiesnelheid, daardoor
hebben we niet helemaal een juist beeld kunnen krijgen van de reactietest. Misschien moeten we de volgende keer steeds dezelfde muis gebruiken? Voor ons onderzoek maakte dit niet enorm veel uit, omdat we toch alle waarden samen namen voor een gemiddeld beeld.
Een ander punt is nog dat we niet hebben kunnen controleren of iedereen het ontbijt
geheel heeft gegeten, en of dit op ongeveer het goede moment is gebeurd. Daar komt nog bij dat het mogelijk is dat één van de proefpersonen wel iets tussendoor heeft gegeten of gedronken. Dit kan variëren van een appel of een reep chocolade tot een kopje koffie of thee. Wanneer één van de proefpersonen wel zoiets heeft gegeten, zal dit invloed hebben op de mate waarin deze persoon is geconcentreerd.
![]() | Figuur 4: Als dank voor de medewerking van onze proefpersonen hebben wij hun een cadeautje gegeven, met een lekkere traktatie |
