Aan symmetrie zit een luchtje(2de Van Melsen Prijs 2003)


Leerlingen: Fiona Reinaerts en Dagmar van Wersch
Docent: Harry Curfs
School: Grotius College, Heerlen

Inleiding

Vraag jij je ook wel eens af waarom je nou net die jongen of dat meisje leuk vindt? En wat ervoor zorgt dat jij je tot hem of haar voelt aangetrokken? Wij wel. Wij wilden weten welke factoren een rol spelen bij partnerkeuze.

Vraagstelling

Neemt gezichtssymmetrie van mannen als criterium voor partnerkeuze tijdens de ovulatie in belang toe? (neemt de voorkeur voor de aantrekkelijke feromonen van symmetrische jongens tijdens de ovulatie toe?)

Hypothese

De gezichtssymmetrie van mannen als criterium voor partnerkeuze neemt in belang toe naarmate een vrouw haar ovulatie nadert.

Theorie

1 Feromonen
Volgens de biologie is een hoge mate van symmetrie een indicatie voor bijzonder gunstige genen en voor weerstand tegen ziekten die een asymmetrische ontwikkeling veroorzaken. Mensen met een bijzonder hoge mate van symmetrie scheiden feromonen uit die aantrekkelijker gevonden worden dan feromonen van minder symmetrische mensen. Feromonen zijn niet-bewust waarneembare geurstoffen die we in onze reukorganen opnemen en die bij anderen een reactie teweeg brengen. Dat wil zeggen dat mannen die voortplantingsgeschikter zijn dan andere mannen ook aantrekkelijkere feromonen uitscheiden. Voor de vrouw is het biologisch gezien vooral tijdens de ovulatie belangrijk om een geschikte partner te vinden. Omdat ze in deze periode ook daadwerkelijk in staat is om zich voort te planten en met de meest geschikte partner ook de gezondste nakomelingen kan krijgen. Als een vrouw dus de vruchtbare periode nadert neemt het belang van symmetrie als criterium voor partnerkeuze toe. Dat betekent dat zij in deze periode een sterkere voorkeur heeft voor aantrekkelijkere feromonen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten wetenschappers dat mensen feromonen uitscheiden. Feromonen zijn niet-bewust waarneembare geurstoffen die we in onze reukorganen opnemen. De term feromonen is afgeleid van het Grieks voor opwinden. En zij veranderen inderdaad ons gedrag. Deze geurstoffen spelen een rol bij de seksuele aantrekkelijkheid van allerlei dieren. Het zijn dus lokstoffen die door dieren worden uitgescheiden en een reactie teweegbrengen bij andere dieren, vaak het andere geslacht. Feromonen komen voor in zweet (vooral okselzweet), urine, vaginaal vocht en sperma. De geur van deze feromonen zijn alleen aantrekkelijk als de geur zo licht is dat je het niet bewust ruikt. Is de geur te sterk dan kan deze juist afstotelijk zijn. In een wetenschappelijk onderzoek werden mannen besprenkeld met een zweetferomoon en andere niet. Vrouwen beoordeelden de mannen met als aantrekkelijker dan zonder. Parfummakers maken dankbaar gebruik van lokstoffen, door de geur van urine, zweet en vaginaal vocht in hun producten te verwerken. Feromonen hebben een bepaalde minimumgrootte omdat ze anders niet door een specifieke soort opgevangen kunnen worden. Over het algemeen zijn feromonen vluchtige stoffen. De meeste vluchtige chemische stoffen behoren tot de volgende groepen. Koolwaterstofketens (figuur1), alcoholen (figuur 2), dit zijn koolstofketens met daaraan een OH-groep, ketonen (figuur 3), dit zijn stoffen met een lange koolstofketen met daaraan een dubbelgebonden zuurstofmolecuul en acetaten (figuur 4), een koolwaterstofketen met daaraan een COOCH3-groep. Al deze groepen lijken als ze getekend zijn erg groot maar voor chemisch begrippen zijn ze erg klein. Dit komt vooral omdat koolstofatomen erg klein zijn.

Figuur 1Figuur 2Figuur 3Figuur 4

2 Hoe bepaal je symmetrie?
Eén van de belangrijkste voorbereidende onderdelen van ons onderzoek is de bepaling van symmetrie. Hoe meet je hoe symmetrisch iemand is, en vooral hoe meet je hoe symmetrisch iemand ten op zichtte van iemand anders is. Als uitgangspunt van onze meting hebben we het gezicht genomen. Het gezicht van de mens zouden we kunnen vergelijken met een pauwenstaart. Het lijkt op een reclamezuil die de potentiële partner informatie verschaft over gezondheid, vruchtbaarheid en geschiktheid als seksuele partner. In eerdere onderzoeken die enigszins overeenkomen met ons profielwerkstuk waar ook de meting van symmetrie van belang was zijn er verschillende methodes gebruikt. Eén van die methodes is de methode die wij gebruikt hebben en nu gaan uitleggen. In deze methode staat centraal dat bij een 100 procent symmetrisch gezicht de middellijn (figuur 6; D7) ook daadwerkelijk in het midden van het gezicht ligt en dat bepaalde punten bijvoorbeeld het linkerneusgat en het rechterneusgat even ver van de lijn liggen. Een totale afwijking van nul. Voordat de symmetrie van jongens bepaald kan worden is het natuurlijk van belang dat er goede foto’s gemaakt worden. Een goede foto wil zeggen dat de jongen zo recht mogelijk in de camera kijkt waardoor er geen schaduw of extraatjes links of rechts te zien zijn en dat hij een zo neutraal mogelijke blik heeft. Wij hebben de foto’s met een digitale camera gemaakt, zodat het daarna mogelijk werd om ze op de computer te bewerken met Photoshop 7.0. Voordat de symmetriemetingen konden beginnen hebben we allereerst de foto’s zwart-wit gemaakt met als doel de contouren van een gezicht te verduidelijken. Vervolgens hebben we eventuele scheve foto’s recht gemaakt, door de pupillen op een rechte lijn te zetten. Hierna was het tijd om de punten van een gezicht waarmee wij symmetrie gaan meten aan te geven (zie figuur 5).
Figuur 5Figuur 6

Vervolgens hebben we deze punten met elkaar verbonden door middel van lijnen. Deze lijnen noemen we D1, D2, D3, etc.. t/m D7 (zie figuur 6). De lengte van deze lijnen hebben we in millimeters opgemeten in photoshop. Met de punten die we voorheen hebben aangegeven kunnen we nu de afwijkingen in symmetrie gaan bepalen. Dat gaat als volgt: het midden van deze lijnen kan worden berekend door middel van de volgende formule (L(inkerpunt)-R(echterpunt)/2) + R(echterpunt), het getal dat hieruit komt is precies het midden van de verschillende lijnen van figuur 6. Bij een 100 procent symmetrisch gezicht zou dat betekenen dat het verschil tussen deze punten nul is, want bij een symmetrisch gezicht liggen alle punten in de linker gezichtshelft even ver van de middenlijn af als die van de rechter gezichtshelft. Om symmetrie in waardes uit te drukken ga je dus berekenen hoe ver de berekende middelpunten van elkaar verschillen. Dit is een getal, een waarde, die het mogelijk maakt gezichten met elkaar te vergelijken. Hoe verder deze waarde van nul verschilt, hoe asymmetrischer iemand is.

Materiaal en methode

Jongens: Een belangrijke rol in ons onderzoek spelen onze proefpersonen. Zonder hen zou ons onderzoek onmogelijk zijn! Door middel van een bijeenkomst hebben we alle jongens uit de bovenbouw om hun medewerking gevraagd. Vervolgens hebben we van de jongens die bereid waren mee te werken foto’s gemaakt en de jongens ingedeeld in vijf symmetriegroepen waarbij groep 1 het meest symmetrisch is en groep 5 het minst symmetrisch. Meisjes: Er waren een aantal voorwaarden gesteld aan voordat een meisje mee mag doen. Ten eerste mogen deze proefpersonen niet aan de pil zijn, omdat er anders geen ovulatie plaatsvindt. Ten tweede moeten ze enigszins regelmatig menstrueren. En ten derde moesten ze bereid zijn om een redelijk lange periode elke dag aan de T-shirts te komen ruiken. T-shirts: meer dan 20 T-shirts die we eerst hebben gewassen met een neutraal wasmiddel om ze zo neutraal mogelijk te laten ruiken. We hebben ze in diepvrieszakjes verpakt en aan de betreffende jongens uitgedeeld. Werkwijze: Het eigenlijke onderzoek begon met het slapen in de T-shirts, nadat we deze in diepvrieszakjes verpakt aan de jongens hadden uitgedeeld. Na drie nachten kwamen ze bij ons terug en konden de meiden beginnen met ruiken. Gedurende 7 weken zijn elke doordeweekse dag ongeveer twintig meisjes komen ruiken aan de T-shirts waar jongens uit verschillende symmetriegroepen in geslapen hadden. De T-shirts waren nog steeds verpakt in dezelfde zakjes waar de meisjes hun neus in moesten steken of waaruit ze het T-shirt konden halen om er vervolgens aan te snuffelen. Zij vulden elke dag een formulier in waarop ze hun waardering over de betreffende T-shirts konden aangeven. We hebben de zakjes met codes, die ook op de formulieren vermeld moesten worden, aangegeven, zodat wij achteraf konden zien welke gegevens bij welke jongens hoorden. Voor elk T-shirt moesten zij op een schaal van één tot vijf aangeven hoe lekker, hoe aantrekkelijk/sexy en hoe fris ze deze T-shirts vonden. Elke week sliep een nieuwe groep jongens met vergelijkbare symmetrie als de jongens uit de vorige groep. Er werd dan ook gedurende een week aan dezelfde T-shirts geroken. Wanneer ze niet besnuffeld werden, bewaarden we ze in de diepvries. Halverwege de week deelden we nieuwe T-shirts uit zodat deze op tijd weer beslapen waren en dus klaar waren om aan te ruiken. De beslapen en geroken T-shirts werden gewassen om ze daarna weer opnieuw te kunnen gebruiken. Dit geheel herhaalde zich aan aantal weken, met elke keer dezelfde meisjes en een wisselende groep jongens die ongeveer dezelfde symmetrie representeerden.
Hier ruikt duidelijk iemand van het verkeerde geslacht aan een T-shirt

Resultaten

Gemiddelde voorkeur van alle meisjes voor de verschillende symmetriegroepen vlak voor en vlak na de ovulatie.

Figuur 7 Gemiddeld eindresultaat van alle meisjes samen

Conclusie

De vraag ‘neemt de gezichtssymmetrie van mannen als criterium voor partnerkeuze tijdens de ovulatie in belang toe?, kunnen wij na ons onderzoek met ja beantwoorden. In de figuur 7 zie je een duidelijke piek tijdens de ovulatie. Een voorkeur voor de hoogste symmetriegroep, beginnend een paar dagen voor de ovulatie. Deze periode loopt parallel met de vruchtbare periode van de vrouw en een paar dagen daaraan voorafgaand: de periode waarin het voor de vrouw biologisch gezien het belangrijkst is om een geschikte partner te vinden. Direct na de ovulatie is er een duidelijke voorkeur voor een lagere symmetriegroep waarneembaar. Dit is te verklaren door het feit dat een halve dag na de ovulatie de eicel afsterft. Haar belang voor symmetrische, gezonde mannen is dan als criterium voor partnerkeuze afgenomen. De tweede piek in de grafiek kunnen we echter niet verklaren. Drie dagen na de ovulatie blijkt er opnieuw een kort durende voorkeur te zijn voor de hoogste symmetriegroep. Misschien dat dit veroorzaakt is door de problemen die zich tijdens het onderzoek hebben voorgedaan. Het is ook mogelijk dat er een biologische verklaring voor te vinden is. We verwachten namelijk niet dat de problemen van dien aard zijn geweest dat ze zo duidelijk onze gemiddelde resultaten beďnvloeden. De grafiek is ontstaan uit het gemiddelde van de meetgegevens, verkregen door meerdere jongens per groep en van alle meisjes samen. Deze onverwachte piek leidt niet tot een negatieve beantwoording van onze hypothese. De piek waarop wij met ons onderzoek gehoopt hadden is duidelijk zichtbaar. Symmetrie als criterium voor partnerkeuze neemt naarmate een vrouw de ovulatie nadert toe.

Discussie

Het was erg moeilijk om een concreet onderwerp te formuleren dat geschikt was om een onderzoek mee te doen. Hoe onderzoek je namelijk hoe leuk je iemand vindt en welk kenmerk van diegene de belangrijkste rol speelt voor die verliefdheid. Toen we hoorden over het bestaan van feromonen vonden we dit erg interessant en samen met onze begeleider hebben we hierover gebrainstormd. Hoe kunnen we dit ene onderdeel van partnerkeuze op een wetenschappelijke manier onderzoeken en hierbij andere factoren uitsluiten als bijvoorbeeld uiterlijke kenmerken van een persoon. We hebben dit probleem eigenlijk opgelost door er heel veel over te praten en steeds onderdeeltjes te veranderen die niet helemaal oké waren. Het maken van goede foto’s van de jongensgezichten gaf problemen. Bij het bepalen van de symmetrie bleek al snel dat ook de manier waarop de foto’s waren genomen van invloed waren op de eindresultaten. Een aantal jongens is om die reden opnieuw gefotografeerd. Meiden vinden die voldeden aan de voorwaarden bleek lastiger dan gedacht. De meeste van onze leeftijdgenoten zijn aan de pil en dat mag niet voor het onderzoek. De meiden in het onderzoek zijn beduidend jonger dan de jongens. Op de helft van het onderzoek zijn we alvast begonnen met het verwerken van de meetresultaten. Tijdens deze klus kwamen we erachter dat sommige meisjes dagen of T-shirts vergeten zijn. Dit is erg vervelend, maar niet meer op te lossen. Het enige wat we nog konden doen is de meiden eraan herinneren hoe belangrijk het is om het formulier consequent en volledig in te vullen en dat hebben we dus ook gedaan. Omdat we bij ons onderzoek meisjes van school als proefpersonen hebben gebruikt was het niet mogelijk in de weekenden ons onderzoek door te zetten. Bij het verwerken van de gegevens merkten we dat het deze ontbrekende gegevens erg onhandig waren, zeker wanneer net de ovulatie in het weekend plaatsvond. We hebben dit probleem opgelost door alle meisjes met elkaar te middelen, hierdoor maakt het niet uit als een meisje net in de belangrijkste periode één of twee dagen gemist heeft. Vele andere meisjes hebben deze dagen namelijk niet gemist. Op elke maandag werden er weer nieuwe T-shirts uitgedeeld die de jongens weer donderdag moesten inleveren bij ons. Gelukkig is het nog nooit gebeurd dat iemand het T-shirt op een donderdag vergeten was mee te nemen. Maar wat wel een aantal keer is voorgekomen dat iemand er een nachtje vergeten is in te slapen, waardoor de geur van die jongen maar twee nachten in het T-shirt is verspreid in plaats van drie nachten. We hebben dit opgelost door er eigenlijk geen probleem van te maken omdat het maar zo sporadisch voorkwam dat het volgens ons geen consequenties had op de resultaten van het onderzoek.